Blauw

woman wearing grey long sleeved top photography

In 1982 stond alles in het teken van blauw. De blauwe baret, het blauw koord, de blauwe sjaal, de blauwe UN vlag, de blauwe gadgets, zelf de liefde was blauw. Alles was blauw.

Er is niet veel nodig om de klanken van het “Wij gaan naar Libanon” te laten gonzen door je hoofd, het hoofd waarop trots een blauwe baret sierde en waarmee wij al marcherend uit volle borst ons naderende vertrek aankondigden. Over onze schouder hing het blauwe koord, een koord waarvoor wij een loodzware opleiding hadden volbracht. Toen trots, nog steeds trots.

Groen als gras

Het blauwe sjaaltje was meer een versiersel en werd gedragen bij ceremonieel gebeuren, nimmer in het dagelijks leven. Ons vertrek naar het verre Libanon was ceremonieel, naast het (nieuwe) groene uniform lagen de blauwe accenten in de baret, het sjaaltje en het koord. Alles was nieuw, het blauw was blauw en had nog niet de door de zon verbleekte kleur van het blauw wat de lichting droeg die wij op de luchthaven van Beiroet mochten aflossen. Wij waren net zo groen als ons gedragen groen.

Gesetteld op de post van bestemming, onder een grote wapperende blauwe vlag ontgroende wij al snel. Niets bleek wat er gedacht was, niets bleek wat je in je dromen voor mogelijk had gehouden. Ver weg, in een land wat niet het jouwe was, ver weg van alles, ver van wat je tot nu aan toe in je prille leven had ervaren. Ver weg van huis, waar de enige houvast met het thuisfront de veldpost was.

Daar, daar onder die wapperende vlag lagen brieven, zojuist geschreven of net ontvangen, klaar voor verzending, klaar om gelezen te worden. Zij werden veel gelezen. De post kwam niet elke dag, waardoor het herlezen van brieven een schrale troost en blijdschap bracht. (De post gaf soms verdriet, relaties werden zo verbroken en andere pijnlijke zaken vanaf het thuisfront passeerde de revue). In mijn geval las ik die van mijn voormalige vriendin en latere echtgenoten soms wel tien keer en heb daar voorkort pas afstand van gedaan.

Stoffige doos

De enveloppen van mijn vriendin waren blauw. Wellicht toeval, maar ze onderscheidde zich daardoor van de overige ontvangen post. Ze waren langwerpig, ⅓ van een A4-tje en de netjes in drieën gevouwen brieven waren ook blauw. Voor mij waren dat toen de belangrijkste brieven. Niet dat ik niet blij was met de overige post maar leesvoer van het meisje ging gewoon voor. Om mij moverende redenen kwamen al die brieven en ansichtkaarten onlangs uit de stoffige doos. En met voorrang die blauwe brieven. Ze waren genummerd, lagen op volgorde en zo opende een soort van herleving bij iedere uitgevouwen brief. Sommige enveloppen bevatte één vel, sommige twee en een enkele zelfs drie vellen.

En dan zit je opeens in Libanon, in het kotje met een blauwe brief in je handen. Besef je niet dat de eerste drie woorden van een brief aan jou, van je vriendin, genoeg zijn om de rest van het schrijven blind voor de geest te halen. Zo vaak werden die brieven destijds gelezen, zo veel emoties, zoveel houvast en zoveel herinnering liggen er dus in destijds gedeelde stukje tekst. Er was geen perceptie van tijd, geen besef dat het verleden naar het nu was gekomen. Ik was daar, het was echt, het was een werkelijke beleving, een levende aanwezigheid en als de hand van Saskia mij niet uit het kotje had getrokken dan zat ik daar nog!

Blauw – Wit

Er kwam een einde aan de genummerde blauwe brieven, waarin zoveel privézaken werden gedeeld dat dit voor mij genoeg was om deze mooie herinneringen voor mij alleen te houden, de versnipperaar draaide overuren.

De ansichtkaarten en de vele brieven van vrienden, familie en overige bekenden kregen deze keer minder aandacht dan die van mijn vader. Hoe confronterend is het nu dat ik die brieven eigenlijk met een half oog las. Nu lees je dingen die totaal aan mij voorbij gingen. Zo was het nu eenmaal, de blauwe brieven hadden voorrang op alles en wat was er toen interessants aan wat er in het hoofd van mijn vader omging. Bijvoorbeeld zijn pijn van de zoveelste scheiding. (Ik was juist blij met die scheiding). En dan nu beseffen dat je over zoveel dingen heen las, dingen die nu wel aankomen. Een best wel egoïstische tijd, horende bij die leeftijd, horende bij een bizar leven in een misschien nog bizarre tijd.

Maar niet gevonden waar naar gezocht werd. Even terug geweest in het kotje, even geroken hoe het daar ook alweer rook, even mogen ervaren hoe mooi het daar was, even ervaren hoe ver weg je was, even weer die eenzaamheid voelen en hoe nietig je (soms) kon zijn. De baret was niet meer blauw-blauw maar verkleurd door 39 jaar zonlicht, niet ontgroend maar vergroeid. Niet gevonden wat nog niet geheeld is. Die hand van Saskia haalde het verleden weer naar nu, alleen voelt het als trekken aan een elastiek. Ben ik eigenlijk wel terug gekomen!?

Vergeet niet om het bericht te waarderen of te liken, dat stel ik heel erg op prijs!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: