36 jaar later


Gisteren, 29 september 2018, vond er een compagnie’s reünie plaats van oud Libanon veteranen. De meesten Veteranen waren dienstplichten die destijds vrijwillig naar Libanon vertrokken, een handjevol was beroepsmilitair. Op de kop af was het zesendertig en een half jaar geleden dat deze (jonge)mannen naar Libanon vertrokken en nagenoeg zo groen als gras een onvergetelijke en spannende tijd tegemoet konden zien. 

unifil vlag

Naarmate de tijd verstreek en de reünie naderde, des te meer het mij bezig ging houden en de gebruikelijke koeien op de weg de kop op staken. Wat zou ik aandoen, maar vooral; ‘Hoe zal men op mij gaan reageren?’ Tenslotte was ik jaren geleden één van die mannen. Ik koos voor een zwart jurkje, niet te kort, niet te lang en waar ik mij comfortabel in voelde, het zou een lange dag worden en dan wil je je toch niet ongemakkelijk gaan voelen door een foute kledingkeuze. (Waar je je al niet druk om kunt maken). In het verleden was ik nooit van de speldjes, decoraties of aanhangsels die mijn status als veteraan zou verraden, maar nu vond ik het wel gepast om op mijn jasje een paar bescheiden onderscheidingen te spelden. Het paste ook wel bij het militaristische jasje en waarom zou je niet iets mogen tonen waarop je trots mag zijn?

Zo begaf ik mij redelijk vroeg naar het Museumpark Historische Collecties Logistieke Dienst in Soesterberg. (Niet alleen de LHBTQIA kent vele afkortingen) Het weer voorspelde in ieder geval een mooie zonnige dag. Niet te vroeg en zeker niet als eersten (meer als laatsten) arriveerden ik op de bestemming en liep ik tezamen met een andere veteraan richting het feestgedruis. Toen wij een gebouw langszij waren gepasseerd en linksom draaiden stond ik oog in oog met mijn oude maatjes en even voelde ik een aarzeling, oh shit, nu ging het gebeuren, de vuurdoop. Maar die kwam niet, die vuurdoop, in plaats daarvan kwam ik gewoon thuis, thuis bij de maatjes waarmee ik in 1982 in Libanon diende.

Oke, in die tien uur dat ik aanwezig was werd er echt wel gevraagd naar mijn status, maar op geen enkele wijze heb ik mij ongemakkelijk of niet geaccepteerd gevoeld, dit was juist andersom. Ik weet echt wel dat ik een vreemde eend in de bijt ben en dat in zekere mate tijdens mijn diensttijd ook al was, hoogstwaarschijnlijk dat men daardoor ook niet zo raar opkeek tegen mijn verschijning. Het fijne aan deze dag was dat het niet draaide om de transformatie maar om het weerzien! Ik was een van hun, herstel: “Ik ben één van hun”.

Na het welkomstwoord stelden wij ons buiten in het gelid op, om de laatste eer te bewijzen aan maatjes die niet meer onder ons waren. Dat zijn er helaas steeds meer en dat heeft naast leeftijd en nare ziektes ook met zelfdoding te maken. Er werd ook nadrukkelijk verteld dat dit niet altijd Libanon gerelateerd hoeft te zijn, maar wel dat wij onderling moeten trachten elkaar bij te staan in moeilijke tijden. Dit uiteraard binnen de grenzen van eigen kunnen en er staan diverse “kameraden” klaar om op een professioneler vlak te ondersteunen.

Daarna was het tijd voor spannende verhalen, het ophalen van herinneringen en het delen van de levensverhalen. Het was fijn om te horen dat de maatjes die ik sprak het stuk voor stuk, met vallen en opstaan, goed hebben gedaan en hun steentje in de maatschappij hebben bijgedragen. Velen hebben iets moois van het leven gemaakt en zitten er warmpjes en goed bij!
Mede door sociaal media, met name Facebook, had ik reeds “contact” met meerdere veteranen en het overgrote deel hiervan was ook aanwezig. (Het grote voordeel van dat medium is wel dat je mensen direct herkent en natuurlijk deels op de hoogte bent met hun staat van dienst). Zo viel mijn blik gelijk op Erik Drenth, mijn oud groepscommandant en ook wel maatje voor het leven. Hij is best wel veranderd en ik zou hem zonder Facebook straal voorbij zijn gelopen. Een paar andere maatjes, waaronder Pierre en André had ik recentelijk nog op Veteranendag gezien en weer anderen herkende ik pas nadat zij hun naam noemden. Zo ook onze pelotonscommandant sergeant De Konink. (Ik schreef al eens eerder in een blog over hem). Sergeant De Konink behoorde tot het opleidingskader, de (onder) officieren die ons drilden tot goed getrainde soldaten en klaar waren voor onze taken in het verre Libanon. Best wel een verantwoordelijke en moeilijke taak, want niet iedereen liet zich zomaar “drillen” en er zaten toch altijd jongens tussen die anders waren dan de rest, de wat lastigere zeg maar…. Laat ik er daar nu een van zijn geweest. En wat heb ik hem verkeerd beoordeeld!! Gisteren klapperde mijn oren gewoon toen hij vertelde over de wijze waarop hij mij herinnerde en hoe hij over mij sprak. Over mij alleen maar lof en dat had ik absoluut niet verwacht. Juist mijn anders zijn dwong bij hem respect af en hij benoemde bijvoorbeeld mijn kunsten om lastige situaties zodanig om te draaien dat het een positieve twist kreeg. Dat door iets geks te zeggen of te doen de focus ergens anders op werd gelegd, dit kon best wel eens een reddende situatie zijn. Puntje bij het paaltje: ‘bij hem zat ik er zo naast en waren zijn woorden zo mooi en fijn dat dit op mij heel veel indruk heeft gemaakt. Wat een voorrecht om hem te kennen en hem gisteren zo openhartig te hebben mogen meemaken’. (En even tussen hem en mij: ‘ik was destijds echt geen wandelende “wietbaal”, sterker nog, ik had een afkeer van drugs).

Verder gaat mijn dank uit naar de geweldige organisatie die werkelijk alle zeilen heeft bijgezet voor deze fantastische dag. Wat geweldig ook dat er bijvoorbeeld oude Libanon voertuigen aanwezig waren en hiermee rondritten werden verzorgd. Dat gaf De aanwezige aanhang ook eens de kans om te ervaren hoe “luxe” wij wel niet werden vervoerd! Weetje: die voertuigen worden nu beter verzorgd en onderhouden dan dat zij ooit zijn geweest. In Libanon was het vooral afgedankte zooi en stond het materieel meer aan de kant dan dat het rond reed. Daarnaast werd er goed voor de inwendige mens gezorgd, was er koffie met gebak en kregen wij een ouderwetse “blauwe hap” uit heuse gamellen…… En zoals mijn schoonvader altijd zei; ‘op het hoogtepunt van het feestje weggaan’ en dat deed ik dan ook. Bedankt allemaal en tot de volgende keer!!


“Zonder hoofd-haar, geen leven” is misschien wat overdreven, maar mijn haarwerk is een heel belangrijk onderdeel van mijn dagelijks bestaan. Zonder donatie’s is de aanschaf en het onderhoud niet haalbaar en daarom doe ik een dringend beroep op mijn lezers. Iedere euro is welkom en voor mij een geschenk uit de hemel! Voor een donatie kunt u HIERterecht.

Een gedachte over “36 jaar later

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.