Pieren ‘steken’


Nieuw of oud, er kraakt of piept altijd wel wat of iets. Of het nu van steen of kunststof is, van vlees en bloed, het brengt geluid voort. Soms fascinerend, soms beangstigend en af en toe hoogt pijnlijk irritant. Daarnaast vraag ik mij ook wel een af of  ‘ze’, nu steken, of  ik ze ‘ze’ moet steken, of dat ik iets met een spade moet doen?  Het zal je maar bezig houden……

 

maglite2

In het holst van de nacht stapte ik uit de auto, gewapend met een zaklantaarn en een prikklok. De zaklantaarn was modern, zo’n grote zware ‘Maglite”, waar je een flinke klap mee kon uitdelen, indien nodig. De prikklok was zwaarder, maar had verder geen mogelijkheden om je er mee te verdedigen. Gewapend met een zaklantaarn stapte ik dus uit de auto, diep in de nacht, op een door God en iedereen verlaten industrieterrein. Na mijn aanwezigheid eerst te verantwoorden met de prikklok, liep ik de vastgelegde ronde door het pand. Zaklantaarn aan, want van de schaarse noodverlichting moest je het niet hebben. Een gang door en aan de andere kant, in een trappenhuis, één etage omhoog, zo ging je zigzaggend door het gebouw heen. (Op elke verdieping hingen ‘sleutels’ voor die prikklok, dus smokkelen was er in dit spookhuis helaas niet bij). Het was mijn meest vervloekte gebouw tijdens de surveillance diensten. Ik voelde mij daar nooit op mijn gemak. Ondanks dat het ‘spookhuis’ vrij nieuw was, piepte en kraakte het aan alle kanten, alsof het in Groningen op een gasbel was gebouwd. Maar alles leeft, dat leer je wel als je bij nacht en ontij over straat zwerft. Alles wat dood lijkt, leeft en alles wat dood hoort te zijn, komt tot leven. Na een kleine 20 minuten was ik op de bovenste verdieping  beland. De verdieping waar zich de technische ruimten bevinden en diverse ‘niet benoemde’ hokken, hokken die onder andere als opslag werden gebruikt door diverse huurders. Via een van die hokken begaf ik mij altijd naar de cv-ruimte, een kortere route zeg maar, want waarom zou je meer lopen dan noodzakelijk.  De dubbele deuren naar die cv-ruimte klemde, dat wist ik uit ervaring. (Ik was waarschijnlijk ook de enige die ze gebruikte). Dus geheel op automatische piloot stak ik de loper in het slot en ontgrendelde de sluiting. Daarna deed ik de zaklantaarn terug in haar holster, zodat ik twee handen vrij had om aan beide deurkrukken te trekken. ……. opeens lag ik op de grond, onder twee stijf geworden lijken. Lijken van kunststof, kunststoffen etalage poppen wel te verstaan, die iemand overdag, vanaf de andere zijde, tegen die deuren had gezet. ‘U heeft geen hartaanval gehad’, zei de behulpzame ambulancebroeder. Deze Libanon Veteraan kreeg voor het eerst in zijn leven te maken met hyperventilatie!!

Bijna Letterlijk twee lijken uit de kast, geen oude lijken, maar etalagepoppen en zo dood als een pier. Niet te verwarren met ‘De Pier’ trouwens. (Een pier kan ook, maar dan hebben we het over zo’n lange gang op een luchthaven, waar van die ‘slurven’ aan vast zitten). Nee, weet je wel, dat ding in Scheveningen. Een pier als levend wezen en een pier als bouwsel. Twee totaal verschillende dingen, die je bij ons in het westen wel spreekwoordelijk kunt mengen. Zoals ze in Den Haag wel eens zeggen: ‘zo dood als een pier, als ik hem of haar daar vanaf heb gepleurd’. (Verzin ik nu ter plekke). En die gedachten komen wel eens bij mij op. Net als gisteren, toen ik hoorde hoe een vriendin haar levensvreugde wordt vergalt door een paar ‘pieren’. En met pieren bedoel ik hier die levende wezens, die zeevissers aan hun haakje doen. En met die pieren verwijs ik weer naar mensen. Mensen van vlees en bloed, maar met dezelfde emoties als een lijk en de hersencellen van een… juist! Hopelijk slaapt mijn vriendin er een nachtje over en rijgt zij haar ‘pieren’ aan een haak. Werpt zij haar lijn met pieren, verzwaard met de nagels van haar doodskist, ver in zee en knipt zij het vislijntje door. (Of pleurt ze ze van mij part van de pier). Om vervolgens fris weer op te staan en te schrijven over al het moois in haar leven. Een leven om door ringetje te halen.

Ik zeg dat ook wel eens tegen Saskia. Maar hoewel zij jaren lang in Scheveningen heeft gewoond, kan zij helaas nog niet goed met een werphengel omgaan. Ze werpt ze bijvoorbeeld niet ver genoeg weg en dan kruipen die pieren weer terug. Of ze is te goed van vertrouwen en haalt haar lijntje met pieren weer binnen. Misschien ligt dat ook wel aan het milieu waarin zij opgroeide, want in dat deel van de samenleving was/is het woord ‘pleuren’ not done. Ik help haar wel hoor, ik gooi ze wel over de reling. Soms moet je even bij-schijnen om het licht in de duisternis te laten zien.

“Zonder hoofd-haar, geen leven” is misschien wat overdreven, maar mijn haarwerk is een heel belangrijk onderdeel van mijn dagelijks bestaan. Zonder donatie’s is de aanschaf en het onderhoud niet haalbaar en daarom doe ik een dringend beroep op mijn lezers. Iedere euro is welkom en voor mij een geschenk uit de hemel! Voor een donatie kunt u HIERterecht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s