Pinda


In Ge-drieën-deeld had ik het over mijn roots, de biologische roots en de adoptieve roots. Een bizar verhaal eigenlijk. Wat daarnaast ook een dingetje was, was mijn afkomst. Ik was in mijn jeugd niet alleen “anders” dan anderen, ik was ook met een licht getinte huid opgescheept. Niet dat ik daar rouwig onder was, zeker niet, het leverde mij in mijn tienerjaren vele leuke vriendinnetjes op…… :). Maar door de adoptie heb ik heel lang niet geweten waar mijn getinte huidskleur vandaan kwam. Daardoor kreeg ik heel vaak een identiteit voorgespiegeld. Geloof het of niet, maar ik heb vele nationaliteiten voorbij zien komen. Ik werd vergeleken met Marokkanen, Ambonezen en weet ik veel wat nog meer. Daar kwam pas een eind aan toen ik zo’n jaartje of 26 was. Toen leerde ik de Indische kant van mijn familie kennen, toen pas wist ik waar ik oorspronkelijk vandaan kwam, waar ik mijn tintje vandaan had.

_DSC6922
Ik tekende graag, ook op muren 🙂

Toen ik 26 jaar oud was, leerde ik mijn getinte roots pas kennen en snapte ik direct waar mijn voorliefde voor Indische eten vandaan kwam. Het mooie aan het ontmoeten van je zussen, je moeder, je tantes en ooms, was wel het krijgen van een echte oma, een Indische oma. Eentje die heel erg lekker kon koken. Zij is helaas al vele jaren geleden overleden, maar de tijd die ik met haar heb gehad, zal ik nooit vergeten. De keren dat ik haar bezocht, had zij lange tijd in de keuken doorgebracht, om mij van een heerlijke maaltijd te voorzien. (Als ik er aan denk, loopt het water mij uit de mond. (Even een tissue pakken).

Hierna ben ik de smaak van het Indische pas echt gaan waarderen. Niet dat ik voorheen geen “Indisch” eten had gegeten, dat niet, maar het ‘echte’ werk kan je niet vergelijken met het Indisch van de Chinees. Want dat, die Chinees, was bij uitstek de grote favoriet in mijn jeugd. Ik overdrijf niet als ik zeg dat wij daar wel wekelijks aten. “Jasmin Garden” heette dit restaurant. Ik kan het mij niet meer herinneren, maar begin jaren 70 droegen de Chinese serveerster daar, korte plooirokjes. Nu snap ik wel dat deze zaak druk bezocht werd door keurige huisvadertjes. Het was volgens mij ook het enige Oosterse restaurant nabij mijn ouderlijk huis. Ook dit eten was altijd lekker, mijn voorkeur lag altijd bij zo’n bami of nasi speciaal, waar lekker veel verschillende gerechten bij zaten. Toen ik wat ouder was probeerde ik ook wel eens wat anders, de Indische gerechten uit een Chinese keuken. Dat at ik dus tot mij zesentwintigste. Na de eerste hap bij mijn oma heb ik nooit meer Indisch gegeten wat niet door Indonesiërs was aangeraakt. (Nou lieg ik, ik heb met een bedrijfsuitje ooit eens “Indisch” geserveerd gekregen. Onder het oude stadhuis van Den Haag. Dat was zo smullen, dat de volgende dag 80% van het personeel ziek thuis zat…… echt waar).

Later leerde ik de Indische keuken nog veel meer waarderen. Dat kwam door mijn schoonvader. Die lustte er ook wel pap van en samen met hem heb ik heel wat heerlijke maaltijden genoten. (Met een lekker glaasje Whisky erbij). Een van zijn vrienden was ook de eigenaar van een van de beste Indische restaurants in Den Haag, “De Poentjak”. Zij zorgden op ons trouwen voor het meest mooie en lekkere diner in huize Felderhoff.

Maar goed, het Indische en Groningse zit dus in mijn bloed. Zo loopt het kwijl ook nog steeds aan mijn mond als ik aan Dikke bonen denk. Ik heb dus van beide continenten bloed in mij stromen. Heb ik er verder iets mee dan eten? Nou, eerlijk gezegd niet……. Dat klink heel afstandelijk, maar hoe moet ik het dan anders zeggen. Ik ben nog nooit in Indonesië geweest, spreek geen een enkel woord en voel mij ook niet “thuis” als ik bijvoorbeeld door de Pasar Malam loop. Het enige wat ik daar ruik……, je raad het al. (Of als je buiten staat, die smerige Kretek lucht). In Groningen ben ik meer dan vaak geweest. De stad Groningen is geweldig, maar met het Noordelijke, platte landschap heb ik niets. Ik zou zelf meer zuidelijker blijven, in Drente bijvoorbeeld. En waar ging ik in Groninger-stad het liefst eten, juist, “Het Satehuis“.

Opgegroeid in Loosduinen, geleefd in Den Haag, de taal die ik spreek en waar ik iedere straat en steeg ken. Zijn dat mijn echte roots? Als ik mocht kiezen, dan zal mijn eerste keus toch weer Loosduinen zijn. Daar waar ik opgroeide, daar waar ik ook mijzelf deels leerde kennen.

Voor een kleine bijdragen aan mijn haarwerk, klik dan HIER, u doet ons dan een groot plezier.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s